Deel 61: Abrikoos

De goudgele abrikoos (Prunus armeniaca) met zijn fluweelzachte huid smaakt fris en zoet en is een steenvrucht. Oorspronkelijk is de abrikoos afkomstig uit gebieden in Noordoost-China en niet, zoals zijn soortnaam armeniaca zou doen vermoeden, uit Armenië dat ten oosten van Turkije ligt. Daar is hij met de beroemde karavanen van de Zijderoute naartoe vervoerd. De introductie in Europa wordt toegeschreven aan Alexander de Grote (356 – 323 voor Christus).

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Prunus’, komt uit het Latijn en betekent ‘Pruim’. Het woord duidt dus tegenwoordig de uitgebreide familie van voornamelijk eetbare pruimachtigen, waaronder de pruim, abrikoos, kers, amandel en perzik, aan. Het tweede deel, ‘armeniaca’, betekent (het land) ‘Armenië’. De woorden ‘abrikoos’ en het Engelse ‘apricot’ zelf hebben een heel wat langere omzwerving achter de rug: via het middeleeuwse Franse woord ‘abricot’, het Catalaanse woord ‘abercoc’ zijn we al snel in Spanje in de Moorse tijd beland. Via het Arabische woord ‘al-birquq’ komen we via het Griekse ‘bericokkia’ tot het Latijnse woord ‘(malum) praecoquum’. Dat betekende zoiets als ‘vroeg-rijpend (fruit)’

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.