Deel 63: Bijvoet

Bijna elk stuk droge en voedselrijke grond dat langer dan een jaar of twee braak ligt krijgt de bijvoet (Artemisia vulgaris) als hoofdbestanddeel van de vegetatie. In de duistere Middeleeuwen meende men dat Johannes de Doper een krans van bijvoet om zijn middel moest hebben gedragen en daarom werd de plant ook wel Sint Janswortel genoemd. Die naam is echter al langere tijd in onbruik omdat er verwarring kon ontstaan met het Sint Janskruid (Hypericum perforatum).

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Artemisia’, heeft zijn naam te danken aan de Griekse godin Artemis, de godin van de jacht en beschermer van het bos. Ook stond zij bekend als beschermster van geboorten en kinderen. Het tweede deel, ‘vulgaris’, komt uit het Latijn en betekent ‘gewoon’.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.