Vuurwerkplant

We hebben de vuurwerkplant (Dictamnus albus) ofwel het essenkruid wat uit het oog verloren. Vroeger, heel vroeger werd hij namelijk als een bijzondere plant gezien. Botanisch gezien behoort hij tot de familie van de wijnruit, maar is de enige van zijn soort. De vuurwerkplant komt van oorsprong uit de zuidelijke streken van Europa en Azië.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Dictamnus, is wat lastig te verklaren. Dictynna was een Griekse zeegodin, maar het Griekse woord diktyon betekende ook ‘(vis)net’ en dat woord had weer zijn oorsprong in dikein dat ‘werpen’ betekende. Als de vrucht rijp is, barst deze open en worden de twee zaden weggeworpen. Het tweede deel, albus, beschrijft zijn witte bloemen.

De plant bevat een grote hoeveelheid brandbare etherische oliën, waaronder bergapteen, fraxinellon, thymolmethylether, pineen, anethol, estragol, myrceen limoneen en cineol. De plant bevat zoveel etherische oliën dat deze in sporadische gevallen in droge hete periodes zelfs spontaan kan ontbranden waardoor er vlammetjes rond de plant branden. Vandaar natuurlijk ook zijn Nederlandse naam van vuurwerkplant, maar ook is het daardoor een kandidaat voor het brandend braambos uit de bijbel.

De aanwezige limoneen is ook de olie die citrusvruchten hun kenmerkende geur geven en het is dan ook niet verwonderlijk dat de vuurwerkplant naar citroen met een hint van vanille geurt. Maar ondanks de heerlijke geur, zou ik hem maar niet proberen te eten want de hele plant is scherp bitter en oneetbaar. Want er worden ook een aantal giftige alkaloïden in die vuurwerkplant aangetroffen, zoals skimmianine, fagrine en dictamine.

Ooit kwam de vuurwerkplant veel in kruidentuinen voor. Hij had de reputatie om eetlustopwekkend, koortsverlagend en bacteriedodend te zijn. Het zou wondrot tegengaan en helpen bij de bestrijden van aanhoudende koortsaanvallen. Nu zijn wondrot en koorts vaak het gevolg van allerlei bacteriële infecties en van allerlei etherische oliën is wel bekend dat ze in meer of mindere mate bacteriedodend zijn, maar dat werkt natuurlijk alleen op of aan het lichaam. In het lichaam is het een heel ander verhaal. We moesten wachten tot Alexander Fleming in 1928 ontdekte dat bepaalde schimmels, die hij penicilline noemde, bacteriën konden doden voordat we een echt effectief medicijn tegen bacteriële infecties hadden.

Maar voor die ontdekking moesten de mensen simpelweg roeien met de riemen die ze hadden en dus werd ook de vuurwerkplant driftig ingezet voor onbegrepen ziektebeelden als hysterie, pest en malaria.

Ondertussen is de vuurwerkplant vrijwel in de vergetelheid geraakt. Behalve in de boeken van Harry Potter, want daar wordt hij in Harry Potter and the Half-Blood Prince gebruikt als magische plant om littekens te voorkomen bij steek- of snijwonden.

[Fred de Vries]