Berenklauw

Het is weer de tijd dat de berenklauw met zijn witte bloemenschermen uitgroeit tot een soms metershoog onkruid. Omdat er ook een inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) bestaat en zijn exotische broertje een flink stuk groter is, wordt hij afwisselend reuzenberenklauw of grote berenklauw genoemd. De reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) is in Nederland dus een exoot en dat betekent dat de plant hier niet van nature voorkomt. Oorspronkelijk komt de reuzenberenklauw uit Azië, maar hij is ergens in de negentiende eeuw als tuinplant in Noordwest-Europa geïntroduceerd. Tijden veranderen en de berenklauw wordt tegenwoordig nergens meer aangepland omdat hij niet meer past in de huidige kijk op het inrichten van onze tuin. Zij verspreiding is afhankelijk geworden van te weinig gemaaide bermen.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Heracleum, betekent Heracles, de Griekse vorm van Hercules. Een passende naam voor een schijnbaar onverwoestbare en gigantische plant. Het tweede deel, Mantegazzianum eert de Italiaanse pionier op het gebied van onderzoek naar drugs en legendes over planten: Paolo Mantegazza (1831-1910).

De berenklauw is erg kiemkrachtig, heeft daardoor heel veel zaadjes en zaait zichzelf daardoor razendsnel uit. Op zich is dat geen probleem, maar aan de berenklauw kleven nogal wat nadelen. Het sap van de plant bevat namelijk een stof, psoraleen, die de menselijke huid erg gevoelig maakt voor zonlicht. Daardoor ontstaan er bij contact met die stof snel op brandwonden lijkende letsels op die huid. Al na 24 uur krijg je last van rode en jeukende vlekken, zwellingen en blaren. Het kan wel twee weken duren voordat de wond echt genezen is. Een lelijk bruinig litteken kan levenslang als een vervelende herinnering aan het contact met die plant overblijven. Bij inname, zelfs van zeer kleine hoeveelheden, is het sap giftig en kan bij kinderen zelfs snel tot de dood leiden.

Het is dus een heel goed idee om al het contact met de plant te vermijden en hem onmiddellijk uit je tuin te verwijderen als je hem daar aantreft.

We zien de reuzenberenklauw tegenwoordig voornamelijk langs snelwegen en op af- en opritten van bruggen en viaducten. Je zou verwachten dat Rijkswaterstaat, de rijksdienst die belast is met het onderhoud van die snelwegen en de daarbij behorende bermen en kunstwerken, aan zijn ambtenaren de eenvoudige opdracht zal hebben gegeven om die gevaarlijke en niet inheemse berenklauw al in het voorjaar met wortel en tak uit die bermen te verwijderen. Maar nee, dat is niet het geval. Geen prioriteit en geen tijd. Dat is erg jammer omdat hiermee een vervelend onkruid ongestoord de kans krijgt om zijn vaste plaats in het Nederlandse landschap te verwerven.

Als vlijtige brugwachters en sluismeesters twee jaar lang consequent de opschietende berenklauwen uit hun bermen zouden gaan verwijderen, zou de bevolking (en zeker de veel meer gevaar lopende kinderen) veel minder kans lopen op onnodige en bijzonder pijnlijke brandwonden. Dat gebeurt dus zeker niet.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan snel het boek!

Zie linksboven voor bestelinformatie.

Veel meer informatie en nieuws over de berenklauwen kun je hier lezen.

Geen opmerkingen: