
Het gerucht gaat dat hortensiastekjes gebruikt kunnen worden als drug, als stimulerend middel of zelfs als geneesmiddel. Het is inderdaad waar dat in de hortensia een aantal stoffen huizen die in theorie gebruikt kunnen worden om een roes te kunnen bereiken. In die plant zitten stoffen zoals alkaloïde, blauwzuur, saponine, chinazoline en chroa febrifuga. De laatste stof is een stof die in China op kleine schaal tot een anti-malariamiddel wordt verwerkt.
Behalve misschien de alkaloïde, die mogelijk licht hallucinogeen is, bevat de plant geen stoffen die drugsgebruikers kunnen associëren met het bereiken van een hoger bewustzijnsniveau. Het blauwzuur is zelfs potentieel dodelijk giftig.
Ondertussen is er nog helemaal niemand in een ziekenhuis opgenomen met een potentieel dodelijke blauwzuurvergiftiging. Ook dat is al een duidelijke aanwijzing dat de plant niet in de gebruikerswereld wordt gerookt, gegeten of als thee wordt klaargemaakt.
Het vreemde is bovendien dat de eventuele werkzame stoffen vooral voorkomen in de bladeren en de bloemen van de plant (die ’s winters natuurlijk niet aanwezig zijn), terwijl over de knoppen en takjes in de literatuur niets wordt gezegd. Dus is dat een belangrijke aanwijzing over het waarheidsgehalte van het verhaal dat de planten slechts in de wintermaanden slachtoffer zouden worden van vandalen.
En dus is de vraag: wie of wat steelt onze hortensiastekjes? De oplossing is eigenlijk dat het geen raadsel is. Het is de natuur zelf, die door de hortensia in de winterslaap te brengen de takjes broos maakt. Wanneer bijvoorbeeld katten langs die takjes lopen breken ze gemakkelijk af. Het is daarom niet meer dan wat ze in de dagbladen een ‘broodje aap verhaal’ noemen. Het is een verhaal dat geen verhaal is, maar doordat velen het geloven, blijft het bijna ieder jaar als modern sprookje terugkomen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten