Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Solanum, komt van het Latijnse woord solace dat via het oud-Franse solas afkomstig is van het Latijnse woord solacium wat ‘troost’ betekent. Wij herkennen daarin zelfs nog de Nederlandse term ‘soelaas bieden’. Het heeft te maken met de verdovende eigenschappen van bepaalde soorten van deze plantenfamilie. Het tweede deel, dulcamara, is een combinatiewoord en is afkomstig van het Latijnse woord dulcis wat ‘lief’ of ‘zoet’ betekent en amarus is ‘bitter’. Samen is dat dus, vreemd genoeg, ‘zoetbitter’.
Omdat de natuur onvoorspelbaar is bestaan er ook ondersoorten met roze of witte bloemen.

De giftigheid van de bitterzoet zelf is het gevolg van de aanwezigheid van solanine en andere alkaloïden. Opeten van bitterzoet levert de volgende vervelende symptomen op: misselijkheid, overgeven, verhoogde speekselproductie, slaperigheid, maagpijn, diarree, algeheel gevoel van zwakheid, vertraagde ademhaling en uiteindelijk zelfs de dood.
Ondanks zijn reputatie stond bitterzoet vroeger bekend als een heilzame plant. Ooit werd het als een soort zoethout gebruikt en de ouderen onder ons weten misschien nog dat zij in hun jeugd op het verhoute deel van de stengel sabbelden. Eerst proefde je als gevolg van de inhoudstof dulcamarine een licht bittere smaak, die al snel vervangen werd door een heerlijk zoete smaak (‘bitterswiet’), maar of dat met de kennis van nu wel een goede zaak is valt te betwijfelen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten