Moerasspirea

Eindelijk bespreken we hier eens een gevaarlijke plant die heel veel goede en zelfs gezonde kanten heeft. Om te beginnen geurt en smaakt de moerasspirea (Filipendula ulmaria) al heerlijk naar amandel. Daarom werd de plant al van oudsher gebruikt als strooisel om onplezierige luchtjes uit een huis te bannen. Zelfs nu nog worden de bloemen soms in potpourrie gebruikt. Ook werden bier en wijn gekruid met de moerasspirea, terwijl de bloemen in jams werden toegevoegd om deze een fijn amandelsmaakje te geven.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Filipendula, is afkomstig van de Latijnse woorden filum dat ‘draad’ betekent en pendulum dat ‘hangen’ betekent. Met deze ‘hangende draden’ worden de karakteristieke wortels beschreven. Het tweede deel, ulmaria, betekent in het Latijn ‘zoals een iep’. Niet dat de moerasspirea ook maar in iets op een iep lijkt, maar het geeft wel aan dat beide dezelfde werkzame stoffen hebben.

De werkzame stoffen van de moerasspirea zijn salicylzuur, enkele flavone-glycocides en tannines. Dat salicylzuur kennen we beter onder zijn medische, gezuiverde en ietsjes aangepaste vorm van acetylsalicylzuur. Dat is de werkzame stof van aspirine. De Duitse chemicus Felix Hoffmann (1868-1946) werkte bij Bayer. Omdat zijn vader aan pijnlijke reumatische klachten lijdt, zocht Hoffmann stiekem naar een remedie. Uiteindelijk maakte hij een aangepaste versie van salicine, die iets minder maagproblemen opleveren dan de pure salicylzuur van de moerasspirea. Toen het middel eenmaal bleek te werken zag de verkoopafdeling van Bayer er wel brood in en gaven het de naam aspirine, een vernoeming van de spirea. ‘And the rest is history,’ zoals de Engelsen het zo mooi kunnen zeggen.

De moerasspirea zelf heeft vele medicinale toepassingen. De hele plant wordt traditioneel ingezet als middel tegen maagzuur en diarree (terwijl aspirine zelf weer maagzuur kan opwekken). Als je op de wortel kauwt dan komt het acetylzuur vrij en is dat een goed middel tegen hoofdpijn. De gedroogde bloemen kunnen als thee worden gebruikt om de gevolgen van griep te verminderen. Het is immers koortsverlagend.

Iets minder leuk het feit dat de moerasspirea de luchtwegen in de longen (de bronchiën) plotseling kunnen vernauwen. Normaal is dat niet zo’n heel groot probleem maar deze bronchspasmes, zoals ze genoemd worden, kunnen een astma-aanval veroorzaken of verergeren. Ook iemand met een chronische bronchitis (lees: een volhoudende roker) zou het kauwen op een moerasspirea maar uit zijn hoofd moeten zetten. Ook remt het gebruik de bloedstolling.

En dan heb je nog het bijgeloof dat zegt dat de geur een slaap zou opwekken waaruit de slaper nimmer meer zal ontwaken.