Hoe het zegekruid hier terechtgekomen is, blijft wat onduidelijk. Mogelijk als gevolg van de import van graszaad of veevoer, maar misschien ook door diezelfde ontdekkingsreizigers, die geloofden dat het zegekruid wel medische toepassingen moest hebben. Een andere theorie is dat hij in Engeland tijdens de Victoriaanse tijd (1837-1901) als tuinplant is ingevoerd en dat hij vervolgens uit die tuinen is ontglipt.
Het zegekruid houdt van verstoorde en afgegraven grond. Het zaad kan zich daardoor jarenlang ongemerkt in de bodem houden voordat hij de tijd rijp vindt om weer te gaan groeien.

Ook in Nederland is er onduidelijkheid over zijn naam. Soms wordt het zegekruid ook zegelkruid of zeggekruid genoemd.
Het zeggekruid is nauwelijks onderzocht op zijn giftigheid, maar toch denkt de wetenschap dat de plant hartritmeverstorende solanines bevat. Dat hadden we zelf ook wel kunnen bedenken. Het zegekruid en aardappel zijn aan elkaar verwant en natuurlijk is er een grote kans dat ze ook hetzelfde soorten gif bevatten. Aangenomen wordt dat de hele plant gif bevat. De geruchten gaan dat de bessen in Peru ooit door de Inca’s werden gebruikt voor blaas- en nierkwalen.
Een ander signaal van zijn giftigheid is de bijnaam, die de plant in sommige Engelstalige landen heeft: Shoo-fly. Dat kun je vertalen als: ‘Wegwezen vlieg!’. In Amerika werd het sap van bladeren met wat melk gemengd en op een schoteltje gedaan om vliegen te lokken. Wanneer die van het papje aten (of dronken), gingen ze onherroepelijk dood.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten