
Het lijkt dat de wetenschappelijke naam Narcissus pseudonarcissus weinig verduidelijking behoeft, maar toch is het leerzaam om te weten dat het Griekse woord narkos (νάρκης) 'gevoelloosheid' of ‘verdoving’ betekende, waardoor de woorden 'narcis' en 'narcose' dezelfde oorsprong blijken te hebben.
In de Tweede Wereldoorlog en dan vooral in de zogenaamde Hongerwinter van 1944 op 1945 at men soms uit pure noodzaak bloembollen. Het waren vooral tulpenbollen die gekookt werden, maar er zijn verhalen dat men daarvoor ook wel eens narcisbollen heeft gebruikt. Dat was een bijzonder slecht idee omdat de genoemde alkaloïden zelfs na het koken van de bol nog hun giftige kracht behielden. De meest in het oog lopende effecten zijn maag- en darmkrampen, overgeven, misselijkheid, duizeligheid, beven en mogelijke diarree. Er zijn verschillende gevallen beschreven waarbij vergiftiging plaatsvond doordat men de narcisbollen per ongeluk aanzag voor uien. Ook vee wil nog wel eens narcisbollen in plaats van uien als wintervoer krijgen. Daarbij ontdekte men dat het gif erg snel werkte en dat zelfs een kleine hoeveelheid bollen al voor de negatieve gevolgen kon zorgen.
Toch werd vroeger van de narcis gemeend dat hij een bloedzuiverende werking had en het werd daarom voor de behandeling van wonden gebruikt[1]. Vooral bij het plaatselijk behandelen van brandwonden en de verwijdering van splinters had de zalf narcissimum, zoals deze genoemd werd, een goede naam.
[1] Lubbe et al: Seasonal accumulation of major alkaloids in organs of pharmaceutical crop Narcissus Carlton in Phytochemistry - 2013
Geen opmerkingen:
Een reactie posten