Pagina's

Zwarte nachtschade

De zwarte nachtschade (Solanum nigrum) behoort tot een groot plantengeslacht met meer dan 1500 soorten. Daartoe behoren ook eetbare planten als de aardappel (Solanum tuberosum), de tomaat (Solanum lycopersicum) en de aubergine (Solanum melongena). Kenmerkend voor alle familieleden zijn de stervormig uitgespreide bloemkronen met een opvallend goudgeel kegeltje.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Solanum, komt via het oud-Franse solas uiteindelijk van het Latijnse solacium, wat ‘troost’ betekent. Wij herkennen daarin zelfs nog de Nederlandse term ‘soelaas bieden’. Het heeft te maken met de verdovende eigenschappen van bepaalde soorten van deze plantenfamilie. Het tweede deel, nigrum, (waar we gemakkelijk ook het woord ‘neger’ in kunnen herkennen) betekent uiteraard gewoon ‘zwart’. En het Nederlandse woord ‘nachtschade’ is afkomstig uit het oudere woord ‘nachtschaduw’ en is een woord dat ooit een ongrijpbare gevaarlijke en demonische macht aanduidde. In een vergelijkbaar Zweeds woord is een nattskata een ‘vleermuis’.

Dat alles betekent natuurlijk dat de zwarte nachtschade behoorlijk giftig moet zijn. Alle delen van de plant zijn inderdaad zeer giftig als gevolg van de aanwezigheid van de alkaloïde solanine en andere broertjes en zusjes, zoals saponine, solaceïne en solaneïne. De gifstoffen zijn toch wel het sterkst geconcentreerd in de onrijpe bessen. In sommige culturen worden de rijpe zwarte bessen als fruit gegeten, maar het blijft natuurlijk een slecht idee omdat nooit alle gifstoffen zullen verdwijnen. Het eten van (delen van) de zwarte nachtschade kan de volgende nare symptomen opleveren: koorts, hoofdpijn, zweten, misselijkheid, overgeven, maag- en darmkrampen, diarree, gevoel van verwardheid, hallucinaties, verlammingsverschijnselen en duizeligheid. En dat zijn nog maar de milde symptomen. De solanine is supergiftig en kan de dood tot gevolg hebben als gevolg van hartritmestoornissen en ademhalingsproblemen. Men schat dat een dosis van 3 tot 6 milligram solanine per kilo lichaamsgewicht al fatale gevolgen kan hebben voor de mens.

De solanine wordt in alle familieleden van de zwarte nachtschade aangetroffen en dus ook in de aardappel, tomaat en aubergine. Het gif ontstaat als een natuurlijk verdedigingsmechanisme van de plant tegen beschadigingen en vraatschade door insecten en planteneters. Vandaar dat het ook een fungicide (schimmeldodender) en insecticide is. Wanneer aardappelknollen aan daglicht worden blootgesteld worden ze groen en wordt de solanine-productie enorm verhoogd, dit om die vraatschade tegen te gaan. Ook in onrijpe groene tomaten kunnen behoorlijk hoge niveaus aan solanine worden aangetroffen. Groen is hier dus steeds een signaal voor gevaar.

Omdat de solanine verdovende eigenschappen heeft werd het ooit ingezet als behandeling tegen astma en als ingrediënt in hoestsiropen. Aan de werkzaamheid van beide wordt echter behoorlijk betwijfeld.