Maar lezers van de boeken van Jan Wolkers wisten het al jaren: onze sla heeft een giftig broertje met de naam gifsla (Lactuca virosa). Die gifsla lijkt verwarrend veel op de paardenbloem.

Gifsla wordt in Engelstalige landen ook wel opium lettuce (opium-sla) genoemd. Het al genoemde melksap (lactucarium) heeft bij inname een effect dat doet denken aan opium en het werd in vroeger tijden al door de Romeinen gebruikt vanwege zijn rustgevende eigenschappen. Gifsla werd gegeten aan het einde van een maaltijd om beter in slaap te kunnen komen. Eerder nog, in het oude Egypte, werd het vooral door mannen gegeten om hun vruchtbaarheid te verbeteren. Tot ver in de negentiende eeuw werd gifsla gebruikt door reguliere artsen op momenten dat normale opium niet beschikbaar was. Ten opzichte van opium werkt gifsla sneller, maar de effecten duren minder lang. De plant werd met succes medicinaal gebruikt als middel voor verdoving en als slaapmiddel. En uiteraard werd het, zoals alle verdovende middelen misbruikt als drug, maar echt populair is het voor dat doel nooit geweest.
In Duitsland had men zelfs rond 1850 een winstgevende teelt van gifsla en het daaruit gewonnen melksap werd gedroogd naar de Verenigde Staten verscheept als vervanger van opium. Later kon het de concurrentie met opium niet meer aan omdat dat in het Midden-Oosten veel goedkoper geproduceerd kon worden. Ook toen al.
De plant heeft toch ook zijn gezonde kanten. Hij bevat verschillende flavonoïden, die sterke anti-oxiderende eigenschappen bezitten. Bovendien is de gifsla ook galactagoog. Wat is dat nu weer voor een moeilijk woord, zo zult u zich zeker afvragen? Galactagoog betekent dat het de melkproductie stimuleert bij zwangere vrouwen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het effect het sterkst is wanneer het in combinatie met alfafa wordt gebruikt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten