Pagina's

Cyclaam

Wij kennen de cyclaam (Cyclamen persicum) in Nederland slechts als huiskamerplant, maar in het wild heeft deze aantrekkelijke plant zijn oorspronkelijke woongebied in het Midden Oosten. Monniken waren vermoedelijk de oorzaak van een grote verspreidingsgolf van de cyclaam. In Noord-Afrika en de Griekse eilanden worden zelfs nu nog wilde exemplaren aangetroffen bij kloosters en begraafplaatsen.
De wetenschappelijke naam van de cyclaam is eenvoudig te verklaren. Het eerste deel van die naam, Cyclamen, komt van het Oudgriekse woord kuklámīnos (κῠκλᾰ́μῑνος) en dat betekent zoiets als cirkelvormig, want kúklos (κύκλος) is 'cirkel' of 'ring'. Het verklaart de vorm van de bolvormige wortel. Het tweede deel, persica, vertelt ons waar de plant zijn oorspronkelijke areaal had, namelijk het oude Perzische Rijk dat ooit een groot deel van het Midden-Oosten besloeg.

De cyclaam bevat giftige hoeveelheden saponine en cyclamine A in de holle wortels en knol. De inname van vooral de cyclamine veroorzaakt zware irritatie in de slokdarm en maag. Het gevolg daarvan is hevige braakneigingen en overgeven. Zou je via een wond het gif in je bloedsomloop krijgen dan heeft het een verlammende uitwerking die vergelijkbaar is met het indiaanse pijlgif curare.

In het Midden Oosten vertelde het volksgeloof dat vrouwen, die hun zwangerschappen voortijdig wilde beëindigen, over bloeiende cyclamen moesten lopen omdat men geloofde dat zoiets spontane abortussen kon veroorzaken. In Japan gelooft men bijna het tegenovergestelde. Daar is de cyclaam de heilige bloem van de liefde.

In de eerste eeuw na Christus schreef de Griekse kruidkundige Dioscorides een standaardwerk op het gebied van toepassingen van kruiden ten behoeve van de geneeskunde. Het boek is tot in de zestiende eeuw in gebruik gebleven. Van de cyclaam wist hij te vertellen dat de plant gebruikt kon worden als een laxeermiddel, een algemeen tegengif (tegen bijvoorbeeld slangenbeten), een huidreiniger (de naam van het gif saponine is afkomstig van het Latijnse woord sāpō en dat betekent ‘zeep’) en als weeënopwekker. Dioscorides meldde ook nog het gebruik als lustopwekker. Waarmee dus een vreemde tegenstelling zichtbaar is geworden: de cyclaam is een lustopwekker en wanneer die lust tot een zwangerschap heeft geleid kan de zwangere vrouw kiezen of ze met diezelfde cyclaam die zwangerschap wil inleiden (weeënopwekker) of beëindigen (abortusopwekker).

De verse wortel is extreem bitter, maar wanneer je die wortel hebt verwerkt tot poeder, dan heeft hij geen geur, kleur of smaak. Geen wonder dat vrouwen dat poeder ooit in de soep of taarten verwerkten om de lust hun mannen ongemerkt te vergroten. En wie weet, heren, doen onze vrouwen het vandaag de dag nog wel…

Geen opmerkingen: