
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Clematis, is afkomstig van het Oudgriekse woord klêma (κλῆμα) met de betekenis van 'twijg' of 'tak'. Het verwijst naar de jonge klimmende uitlopers. Het tweede deel, vitalba, komt van het Latijnse woord vitalis dat ‘vitaal’ of ‘overlevend’ betekent. Dat duidt op de vervelende neiging van de bosrank om bijna onuitroeibaar te zijn.
Het sap van de bosrank bevat het giftige alkaloïde proto-anemonine. De bladeren en bloemen hebben een ontzettend brandende smaak. Het gif is blaartrekkend en irriteert de ogen en keel. Je ogen gaan daardoor vreselijk tranen en je moet onophoudelijk kuchelen door een geïrriteerde keel en slokdarm. Het gif veroorzaakt jeuk op je huid en die jeuk wordt zelfs erger door de warmte van je bed en door je te wassen.
Mensen, die moedig genoeg geweest zijn om het als drankje of thee te proberen, geloven dat het urine-afscheidend en zweetopwekkend is. Voorts geloven ze dat het werkt tegen nierziektes, geslachtsziekten, zoals syfilis en gonorroe, en bepaalde open zweren. Ikzelf zou het beslist niet durven aanbevelen.
Het verhaal gaat dat Franse bedelaars het sap van de bosrank gebruikten om bij zichzelf blaren en zweren te maken om daardoor medelijden op te wekken in de hoop meer inkomen te krijgen. De ‘pruikebollen’ werden vroeger soms gebruikt als alternatief voor tabak, maar ook dat is, gezien de giftigheid, niet echt een handige zaak.
Tarzan heb ik hier in Nederland nog niet aan de bosrank zien slingeren. Het zal hier wel te koud voor hem zijn.