Sneeuwbes

De sneeuwbes… Ach ja, die grappige sneeuwbes. Daar konden we vroeger toen we nog een stuk jonger waren zo leuk mee spelen. Al zijn we daar, nu we allemaal wat jaartjes ouder zijn geworden, misschien iets anders over gaan denken. Vroeger was het leuk om met de sneeuwbesjes tegen de ruiten van de buren aan te gooien. Of ze met een pylkenbuis naar passerende auto’s te schieten. Nu zijn wijzelf die buren geworden en nu is het lang zo grappig niet meer om iedere week je ramen te wassen of je auto opnieuw door de wasstraat te rijden.


Oorspronkelijk komt de sneeuwbes (Symphoricarpos albus) uit Noord-Amerika. De plant werd in 1817 als sierplant (of liever sierstruik) in Engeland ingevoerd en heeft van daaruit West-Europa veroverd. Ondertussen blijkt hij zich hier zo goed thuis te voelen dat hij ook op flink wat plaatsen verwilderd is aangetroffen. Dat is mede te danken aan het feit dat hij geen eisen stelt aan de grondsoort. Vanaf juni verschijnen de nauwelijks opvallende bloemen. Pas wanneer de meeste bomen en struiken hun bladeren kwijt zijn geraakt, vallen de trossen met sneeuwwitte bessen op.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Symphoricarpos, is een combinatiewoord uit het Grieks: Symphorein is ‘samen’ of ‘groep’ en carpos is ‘fruit’. Samen vertelt het dus iets over het groepsgewijs voorkomen van de besjes. Het Latijnse albus betekent natuurlijk ‘wit.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.

Geen opmerkingen: