Deel 18: Gifsla

Sla is gezond, dat weten we allemaal. In de schappen van de supermarkt liggen tegenwoordig steeds meer exotische variëteiten sla, zoals veldsla, eikenbladsla of ijsbergsla. Sonja Bakker zegt het ook en dus moet het wel waar zijn.

Maar lezers van de boeken van Jan Wolkers wisten het al jaren: onze sla heeft een giftig broertje met de naam gifsla (Lactuca virosa). Die gifsla lijkt verwarrend veel op de paardenbloem.



Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, ‘Lactuca’, betekent in het Latijns ‘melk’. Alle slasoorten hebben namelijk de gewoonte om een wit melkachtig sap af te scheiden wanneer de plant beschadigd raakt. Onze eetbare sla wordt al geoogst voordat hij met stengel en bloem uitschiet en juist die delen scheiden dat melksap af. We komen op dat melksap later nog wel even terug. Het tweede deel van de naam, ‘virosa’, betekent in het Latijn zoiets als ‘vergif, sap van planten, slijmerig spul’. Je herkent in virosa ook het woord virus en dat heeft dezelfde oorsprong.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.

Geen opmerkingen: