Deel 67: Bolderik

De tot een meter hoge bolderik (Agrostemma githago) heeft een groot probleem. Men neemt aan dat de bolderik uit een voorvader uit Klein-Azië is ontstaan door zichzelf te specialiseren als graanakkeronkruid. De vorm van de plant en haar zaden zijn geheel aangepast aan een dergelijk bestaan. Ooit was het een algemeen voorkomend en gevreesd onkruid, maar door die specialisatie is zij ook tot uitsterven gedoemd. Het zaad houdt maar korte tijd zijn kiemkracht, maar zolang er zaden van de bolderik tussen het zaaigraan bleven zitten, konden ze kort na de oogst weer uitgezaaid worden. Dat is nu helemaal voorbij: graan wordt nu streng geselecteerd en een giftige plant wordt beslist niet meer over het hoofd gezien.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Agrostemma’, is een combinatiewoord uit het Grieks: ‘agros’ is ‘veld’ en ‘stemma’ is ‘bloemenkrans’. Samen betekent de naam dus zoiets als ‘bloemenweelde voor het veld’. Het tweede deel, ‘githago’, is vermoedelijk een Latijnse vorm van het oud-Engelse woord ‘gith’ (‘zwart’), dat bij ons is overgebleven in het woord ‘gitzwart’. De bolderik heeft inderdaad zwarte zaden.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.