Deel 68: Wilde kamperfoelie

Al voor het eind van de winter laat de wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) haar knoppen uitlopen en hij is daarmee dus een van de eerste planten, die weer een teken van leven geeft. Het is een houtige liaanachtige plant, die zich meedogenloos om andere bos- en tuinbewoners kan heenwikkelen. Vooral ’s avonds verspreiden de prachtige bloemen een heerlijke, sterke, zoete en bijna bedwelmende geur. Geen wonder dus dat mensen een kamperfoelie graag in hun tuin willen aanplanten.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Lonicera’, eert de Duitse botanicus Adam Lonitzer (1528-1586). In de geest van zijn tijd heeft hij als wetenschapper zijn naam verlatijnst tot Lonicerus. Het tweede deel, ‘periclymenum’, is de naam van een argonaut uit de Griekse mythologie. Zijn grootvader, de zeegod Poseidon, gaf hem onvoorstelbare kracht en de vaardigheid om iedere vorm aan te nemen tijdens gevechten. Die naam is goedgekozen omdat de stengels van de kamperfoelie een boom letterlijk kan doodwurgen en bovendien verandert de plant ook van kleur.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.