Hondspeterselie

De hondpeterselie (Aethusa cynapium) hoort tot de grote familie der schermbloemigen. Alle familieleden vallen op door het samengestelde scherm: een aantal bloemen, waarvan de steeltjes vanuit één punt ontspringen, vormen samen een soort paraplu. De hondspeterselie wordt maximaal ongeveer 80 hoog en heeft bladeren met een bijzonder onplezierig geurtje. De plant houdt van ruigten en heeft een ongevoeligheid voor onkruidverdelgers. Daardoor vult zij snel de gaten in de begroeiing wanneer andere onkruiden wel het loodje leggen bij bestrijding.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Aethusa’, komt van het Griekse woord ‘aitho’ of ‘aithein’, dat zoiets als ‘oplichten’, ‘branden’ of ‘verschroeien’ betekende. Het heeft te maken met de onplezierige brandende sensatie die je in je mond voelt als je de hondspeterselie wilt eten. Het tweede deel, ‘cynapium’, is een vreemde combinatie tussen het Griekse woord ‘kyon’ of ‘kynos’ dat ‘hond’ betekent en het Latijnse woord ‘apium’. Een ‘apis’ is een ‘bij’, maar het is tegelijkertijd de oude klassieke naam voor selderij en peterselie. Samen betekent het dus ‘hondspeterselie’. De toevoeging van het woordje ‘hond’ aan deze peterselie heeft dezelfde betekenis als die van hondeweer of hondsbrutaal. Hondspeterselie is dus slechte of kwade peterselie. Om het helemaal ingewikkeld te maken is de hondspeterselie helemaal geen peterseliesoort, maar een broertje van de enorm giftige gevlekte scheerling en dolle kervel. De verwarring is ooit ontstaan omdat de bladeren wat op die van de peterselie lijken.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.