Gewone vogelmelk

In Nederland zijn er twee soorten vogelmelk die min of meer ingeburgerd zijn; de gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) en de als stinzenplant bekend staande knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans). De gewone vogelmelk wordt ook wel de ‘ster van Bethlehem genoemd’. Het verspreidingsgebied van de gewone vogelmelk is westelijk Europa en delen van Azië. Ook wordt de plant hier door zijn decoratieve bloemen als kamerplant verkocht. In veel tuinboeken wordt gemeld dat de gewone vogelmelk zeer goed te gebruiken is voor verwildering in de tuin omdat ze zich onder gunstige omstandigheden snel uit kunnen breiden doordat ze vele zijbolletjes aan de knol vormen. Maar of dat nu wel zo’n geweldig advies is…

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Ornithogalum’, is een combinatiewoord uit het Grieks van ‘ornithos’ (‘vogel’) en ‘galaktos’ (‘melk’). Samen is dat gewoon ‘vogelmelk’. De wetenschappelijk soortnaam is dus dezelfde als de Nederlandse. Het tweede deel, ‘umbellatum’, is afkomstig van het Latijnwoord ‘umbella’ en betekent zoiets als ‘schaduw van de zon’. Men probeerde hiermee de vorm van de bloem te beschrijven die de vorm heeft van de spaken van een parasol. In het Engelse woord ‘umbrella’ (‘paraplu’ of ‘parasol’) zie je dat ook nog terug.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.