Engelentrompet

De engelentrompet (Brugmansia candida) komt van oorsprong uit de zweterige oerwouden van Zuid-Amerikaanse landen als Peru en Chili. In het wat frissere Nederland is hij veroordeeld tot een bestaan als kuipplant. De plant komt het beste tot zijn recht op een zonnige plaats op terras of balkon, maar hij moet ’s winters echt worden beschermd tegen mogelijke nachtvorst en daarom binnenshuis worden gezet. De grote neerhangende trompetvormige bloemen maken direct duidelijk hoe deze aantrekkelijke plant aan zijn naam komt.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Brugmansia’, vernoemt de in Franeker geboren heelmeester, botanicus en hoogleraar Sebald Justinus Brugmans (1763-1819). De eer om een plantengeslacht naar hem vernoemd te krijgen was mede het gevolg van zijn voortdurende inspanningen om de Leidse botanische tuin, de Hortus botanicus, waar hij directeur van was geweest te vergroten. Het tweede deel, ‘candida’, is afkomstig van het Latijnse woord ‘candidum’ dat ‘wit, puur, oprecht’ betekent. Dat woord is zelf weer afgeleid van het stamwoord ‘candere’ dat ‘stralen’ betekent. Kortom: men was nogal onder de indruk van deze variant van de Brugmansia.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.