Deel 94: Lavendelheide

De lavendelheide (Andromeda polifolia) is een beetje een wolf in schaapskleren: het uiterlijk van een lieflijk en teer plantje, terwijl hij onderhuids dodelijk kan zijn. Het is een klein groenblijvend struikje dat gewoonlijk niet hoger groeit dan een 20 centimeter. In Nederland is de lavendelheide vrij zeldzaam geworden als gevolg van de ontginning van natte, voedselarme hoogveengebieden. In Engeland heet hij de bog rosemary ofwel veenrozemarijn, het gevolg van de oppervlakkige gelijkenis van zijn blaadjes met die van rozemarijn.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Andromeda’, komt in eerste instantie uit de Griekse mythologie waar Andromeda een prinses was die door de goden gestraft werd omdat haar moeder een opschepster was. Ze werd vastgebonden aan een rots om als voedsel voor zeemonsters te dienen. Gelukkig werd haar dat lot bespaard doordat ze gered werd door Perseus. Verder gravend ontdekken we dat de naam een combinatiewoord uit het Grieks is: ‘andros’ is ‘man’ en ‘medomai’ is ‘denken’. Samen is dat zoiets als ‘denkend als een man’. Het tweede deel, ‘polifolia’, is weer een combiwoord uit het Latijn: ‘poli’ is ‘grijs’ of ‘wit’ en ‘folia’ is ‘blad’. De bladeren zijn van onderen iets grijsgroen of wit berijpt.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.