Adelaarsvaren

De grootste en meest voorkomende varen in onze flora is de adelaarsvaren (Pteridium aquilinum). Het is een zichzelf agressief verspreidende varen, die grote gebieden kan bedekken en zich door zijn uitgebreide wortelstelsel maar lastig laat verwijderen. Nadat de bladeren van de adelaarsvaren eerst in de zomer al het licht hebben onderschept, vergaan ze in de winter maar heel langzaam tot een voedselarm en voor veel andere planten giftig bodembestandeel. Jonge boompjes kunnen hierin niet ontkiemen.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Pteridium, is afkomstig uit het Grieks. De van oorsprong Oostenrijkse arts en professor in de biologie aan de universiteit van het Italiaanse Pavia, Giovanni Antonio Scopoli (1723-1788), noemde de hele plantenfamilie pteridon, dat zoiets als ‘kleine varen’ betekende want pteris was ‘varen’. Maar zo eenvoudig is het dus niet want uiteindelijk is het woord weer afkomstig van pteron dat in het Grieks ‘vleugel’ of ‘veer’ betekende. Het tweede deel, aquilinum, is terug te voeren op het Latijn waar aquila een ‘adelaar’ betekende. Uit de naamgeving blijkt dus duidelijk dat alle familieleden van de varen kennelijk bladeren hebben die aan vleugels van een adelaar doen denken.

De adelaarsvaren is giftig, behoorlijk giftig zelfs. Hij bevat een aantal toxische bestanddelen die zeer waarschijnlijk in de hele plant aanwezig zijn. Deze bestanddelen zijn prunasine, een cyanogenische glycoside die op je hart zal inwerken, thiaminase, een enzym dat kan zorgen voor potentieel fataal aflopende vitamine B1-tekorten, en ptaquiloside, een kankerverwekkend en mutageen sesquiterpene glycoside. Die ptaquiloside is ook verantwoordelijk voor een aandoening in vee die men thrombocytopenia heeft genoemd en die wordt gekarakteriseerd door veel te weinig bloedplaatjes (thrombocyten) in het bloed. Die zijn beslist nodig om het bloed te laten stollen. Het leidt dus tot niet te stelpen bloedingen in alle delen van het lichaam. Bij mensen zullen de gevolgen wel niet veel anders zijn.

Omdat de adelaarsvaren zich nogal uitbundig kan verspreiden heeft grazend vee uiteraard de grootste kans op vergiftigingsverschijnselen, die zich zullen uiten in koorts, lethargie (lusteloosheid) en bloedingen. Dierstudies hebben ook aangetoond dat het eten van grotere hoeveelheden kan leiden tot darm- en blaastumoren. Nu wordt het in Japan als een delicatesse gezien om jonge scheuten van de adelaarsvaren te eten en ondertussen wordt door onderzoekers sterk vermoed dat het enorm hoge aantal gevallen van maagkanker, die in Japan voorkomen, te maken hebben met de gewoonte om adelaarsvaren te consumeren. Maar let op: ook het drinken van melk van koeien, die zich te goed hebben gedaan aan zo’n varen, kan voor mensen al gezondheidsproblemen opleveren.

[Fred de Vries]