Gewoon speenkruid

Het gewoon speenkruid (Ranunculus ficaria) is een voorjaarsbloeier, die behoort tot de ranonkelachtigen waartoe ook de boterbloemen behoren. Gewoonlijk wordt hij tot 30 centimeter hoog (of laag) en de planten groeien zo dicht opeen dat ze soms een waar tapijt vormen. Deze soort is inheems in heel Europa, vanaf midden-Azië tot aan de Atlantische kustgebieden.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Ranunculus, hebben we al een aantal keren eerder mogen ontleden: is laat-Latijns voor kleine kikvors (rana is ‘kikker’ met de verkleinende uitgang -unculus). Vermoedelijk heeft dit te maken met het feit dat veel soorten boterbloemen nabij water worden aangetroffen. Het tweede deel, ficaria, is terug te voeren op het Latijnse woord ficus dat ‘(op) vijg (gelijkend)’ betekent.

Zoals gezegd behoort het gewoon speenkruid tot de ranonkelachtigen en daarom is het ook niet zo vreemd dat het plantje ook wat gifstoffen gemeen heeft met de rest van zijn familieleden. Voor de bloei van de aantrekkelijke gele bloemetjes bevatten de bladeren van het gewoon speenkruid veel vitamine C. Zoveel zelfs dat hij werd ingezet bij de bestrijding van scheurbuik. Tijdens de bloei verandert de zaak behoorlijk want dan produceert de plant giftige stoffen als protoanemonine en saponine. Je merkt het direct dat het zover is want de bladeren smaken dan zo bijtend dat ze zelfs niet meer door grazend vee worden opgegeten. Als je als boer gemaaid hebt en je hebt het gewoon speenkruid in je weiland staan, dan wordt bij drogen de protoanemonine omgezet in een veel minder werkzame stof, de anemcunine, die echter nog steeds voldoende giftig is. Het gevolg is dat je dus blijft zitten met giftig hooi.

De gifstoffen werden ook in de volksgeneeskunst veelvuldig ingezet als middel tegen aambeien. Niet helemaal duidelijk is waarom men dat dacht, maar er zijn theorieën die zeggen dat de wortelknolletjes lijken op aambeien. Vroeger was men nogal gehecht aan de signaturenleer, die duidelijk probeerde te maken dat de vorm of de kleur van een plant speciaal door God gemaakt was om ons de werking op het menselijk lichaam duidelijk te maken. Dus als de knolletjes leken op aambeien dan moesten ze wel werkzaam zijn tegen diezelfde aambeien. De al genoemde protoanemonine is echter een scherp bijtende vloeistof en dus is het beslist geen pretje om zoiets om wat voor gevoelige lichaamsdelen dan ook te smeren want iedere aanraking kan leiden tot een pijnlijke contactdermatitis ofwel contacteczeem, een ontsteking van de huid die gepaard gaat met roodheid en jeuk. Ook is het blaartrekkend.

[Fred de Vries]

Geen opmerkingen: