Wolfskers

Botanisch gezien is de wolfskers (Atropa belladonna) een hoge tot zeer hoge struik en een overblijvende snelgroeiende voorzomer- en zomerbloeier met lange dikke vertakte wortels. Ondanks het feit dat het een struik is, sterft de wolfskers ieder najaar bovengronds af. Hij komt voor in Midden- en Zuid-Europa, terwijl hij in Nederland sporadisch voorkomt. En ja, hij is giftig. Heel giftig zelfs omdat hij lid is van de gevreesde nachtschadefamilie.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Atropa, is ontleend aan de Griekse schrikgodin Atropos en haar naam betekende zoiets als ‘onherroepelijk’ of ‘onomkeerbaar’. Zo’n naam voorspelt inderdaad niet veel goeds voor iemand die per ongeluk de wolfskers probeert op te eten. Het tweede deel, belladonna, komt uit het Italiaans en betekent ‘mooie vrouw’. Het slaat op het oude gebruik van het uit deze plant gewonnen atropine als middel om de oogpupil te verwijderen, een effect dat men vroeger aantrekkelijk vond.

De wolfskers is één van de meest giftige planten van ons continent. Alle delen van de plant bevatten grote hoeveelheden tropane alkaloïden. De glanzend zwarte bessen met paars zijn voor kinderen het gevaarlijkst omdat ze hun giftigheid niet kenbaar maken door een vieze smaak, maar wat zoetig smaken. Twee van die bessen kunnen bij kinderen al fatale gevolgen opleveren. Men claimt dat de wortels het meeste gif bevatten. Dat moet wel heel veel zijn omdat men ook heeft ondervonden dat het eten van één enkel blad al dodelijk kan zijn.

De werkzame giftige stoffen van de wolfskers zijn atropine, hyoscine (ook wel scopolamine genoemd) en hyoscyamine blokkeren voornamelijk delen van het zenuwstelsel. Een hele serie onprettige symptomen kunnen vervolgens optreden: opwinding, hallucinaties, verwijde pupillen, onduidelijk zien, droge mond en keel, warme droge huid, dorst, gevoeligheid voor licht, temperatuurstijging, hartritmestoornissen, evenwichtsstoornissen, hoofdpijnen, eczeem en bloeddrukdaling, delirium en stuiptrekkingen. Daarna volgt de dood.

In het verleden kon men de giftigheid wel gebruiken om allerlei kwalen te bestrijden, maar tegenwoordig is men wat voorzichtiger. In de moderne medische wereld worden de giftige stoffen van de wolfskers alleen nog gebruikt als middel om bij oogonderzoeken de pupil te verwijden. Ook kan het worden ingezet als tegengif bij een vergiftiging met organofosfaat of carbamaat. Dat zijn stoffen, die gebruikt worden als strijdgas of als bestrijdingsmiddel in de landbouw en inwerken op de werking van het enzym acetylcholinesterase.

De wolfskers is dus dodelijk giftig en dient met het nodige respect behandeld te worden. In de homeopathie doet men dat heus niet: daar wordt het klakkeloos ingezet voor kwaaltjes als buikpijn, darmkrampen, galsteenkoliek, hoofdpijn, griep, koorts of een middenoorontsteking. Gelukkig is die wolfskers zo ontzettend verdund in die producten dat zelfs wetenschappers geen molecuul van die stof in het flesjes kunnen aantreffen.

[Fred de Vries]

Geen opmerkingen: