Robinia (of Valse acacia)

De robinia (Robinia pseaudoacacia) is verre familie van de erwt, maar dit familielid groeit als een hoge boom. Hij is inheems in zuidoostelijke delen van de Verenigde Staten, maar is vanwege zijn uitbundig bloeiende bloemen vroeger graag in parken aangeplant. Daardoor kun je hem nu aantreffen in grote delen van Europa, zuidelijk Afrika en Azië. De robinia groeit graag op losse grond en dat zorgt er ook voor dat hij zich enthousiast heeft uitgebreid. Het gevolg daarvan is dat hij nu in bepaalde gebieden als onkruid wordt gezien en met ‘beheersmaatregelen’ hardhandig wordt aangepakt. Wat een ironie: je wordt tegen je zin verplant en als je het dan goed doet moet je bestreden worden.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Robinia, eert vader Jean Robin (1550-1629) en zoon Vespasien Robin (1579-1662), beiden plant- en boomkundigen aan het hof van de opeenvolgende Franse koningen Hendrik III, Hendrik IV en Lodewijk XIII. Vader Robin plantte in 1601 een robinia in de tuin van het Louvre in Parijs. Het tweede deel, pseudoacacia, is een combinatiewoord dat zich eenvoudig laat verklaren: het betekent ‘pseudo acacia’ of ‘valse acacia’.

In de robinia huizen een hele familie aan hartritme verstorende glycocides met namen als acacetine, apigenine, diosmetine en luteoline. Hoewel aan een aantal van hen positieve eigenschappen worden toegedicht, zoals als mogelijk middel tegen bepaalde kankers of multiple sclerose, moet toch met enige zorg naar de patiënt gekeken worden wanneer hij onverhoeds delen van de valse acacia binnen heeft gekregen.

De zaadhulzen van de valse acacia zijn klein en licht. Daardoor worden ze gemakkelijk over grote afstanden vervoerd. Hoewel de schors en de bladeren giftig zijn, wordt toch door diverse bronnen gemeld dat de zaden en de jonge bonen zelfs gegeten kunnen worden. Mits ze zorgvuldig gekookt zijn omdat de giftige stoffen in de plant door hitte lijken te worden afgebroken. De belangrijkste gifstof blijkt het toxalbumine robin te zijn. Het is een giftige plantenproteïne, die ribosomen in de menselijke cellen onklaar maken en daardoor kan leiden tot de uitval van diverse of alle organen. Gelukkig verliest het gif zijn potentie door afdoende verhitting, maar hoe heet is heet?

Paarden, die zo ongelukkig zijn om aan de plant te knabbelen, vertonen tekenen van anorexia, depressie, incontinentie, kolieken, algehele zwakheid en hartritmestoornissen. De symptomen beginnen een uurtje na de maaltijd en het paard dient onmiddellijk medische zorg te krijgen.

Zouden mensen dan niet last krijgen van dezelfde soorten vergiftigingsverschijnselen? Jawel, want de mens vertoont bij inname de volgende symptomen: depressie, algeheel gevoel van zwakte, verwijde pupillen, braken, bloederige diarree, zwakke pols koud gevoel aan armen en benen, bleekheid en shock.

[Fred de Vries]

Geen opmerkingen: