Gevlekt longkruid

Gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis) is als plant een laagblijvende, borstelig behaarde plant met trompetvormige bloemen, die bij het ontluiken roze rood zijn, maar gedurende de bloei doorkleuren naar paarsblauw.

Gevlekt longkruid is inheems in Midden- en Oost-Europese landen. In Nederland was het ooit alleen in Zuid-Limburg inheems en dat was zo’n beetje zijn uiterste noordwestelijke grens. Die standplaats is echter in de jaren vijftig van de vorige eeuw uitgeroeid en dus moet gevlekt longkruid eigenlijk als uitgestorven te boek staan. Dat is niet het geval want, omdat het vanouds als geneeskruid werd gekweekt, hebben mensen het plantje heel Europa doorgesleept.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Pulmonaria, is eenvoudig te verklaren: het is afgeleid van het Latijnse woord pulmo ('long'). Het tweede deel, officinalis, is al veel vaker verklaard: het betekent ‘werkplaats’ in de zin van ‘klaarmaken van medicijnen’ en is nog steeds te herkennen in het Engelse woord office.
[Foto: Malcolm Storey]
De bladeren van het gevlekt longkruid hebben bleekgroene vlekken en in de Middeleeuwen meende men dat die vlekken aan longen (of aan opgehoest slijm) deden denken. In die tijd was men nog volledig op de natuur aangewezen om medicijnen tegen allerhande kwalen te vinden en de meest wereldvreemde ideeën deden de ronde. De meest bekende is natuurlijk homeopathie, een stof die zo vaak verdund is dat er geen molecuul meer van die stof in het water of alcohol aanwezig is, zou moeten helpen tegen vele ziektebeelden. Als je nadenkt (wat veel mensen dus kennelijk niet doen), snap je direct dat het niet kán werken. De signatuurleer was een andere vorm van ‘geloven in de werkzaamheid’. Deze hield in dat, als een plant leek op een lichaamsdeel, het een teken van God was dat die plant werkzaam zou zijn voor kwalen van dat lichaamsdeel.

Het blad van longkruid leek op longen en dus moest het wel werken tegen longontstekingen, tuberculose, astma en hoesten. Tegenwoordig is het alom bekend dat longkruid een aantal giftige pyrrolizidine alkaloïden, zoals intermedine en lycopsamine, bevat en daarvan is overduidelijk bewezen dat die onherstelbare en soms dodelijke schade te kunnen aanrichten aan leverweefsel.

Maar laten we het deze keer eens omdraaien: is er ondertussen bewijs dat de plant voor een ziektebeeld kan worden ingezet? Sommigen claimen dat de prachtige gekleurde bloemblaadjes gezond zouden zijn vanwege hun hoge gehalte aan anthocyanines. Dat klopt, maar dan kun je toch beter cranberry’s, duindoornbessen of druiven gaan eten. Die zitten namelijk echt boordevol anthocyanines en je lever loopt niet de kans vergiftigd te worden door de giftige pyrrolizidine alkaloïden.

Geen opmerkingen: