Deel 41: Paardekastanje

Natuurlijk is de paardekastanje (Aesculus hippocastanum) geen familie van zijn bijna-naamgenoot, de tamme kastanje (Castanea sativa). Waarom zou alles in het leven ook eenvoudig en voorspelbaar moeten zijn? De paardekastanje is inheems op de Balkan en wordt hier sinds jaar en dag aangeplant omdat hij goed tegen schaduw en luchtverontreiniging blijkt te kunnen.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam heeft een wat vreemde reis achter de rug. ‘Aesculus’ is oorspronkelijk afkomstig van het Latijnse woord ‘esca’ en dat betekent ‘voedsel’. Dat woord is weer gekoppeld aan ‘edere’ (‘eten’) en je ziet al dat het via het Engelse ‘edible’ (‘eetbaar’) al dicht tegen ons eigen woord ‘eten’ aanligt. Gedurende de periode van het oude Romeinse wereldrijk werd het woord ‘esca’ eerst gebruikt voor een bepaald soort eik, maar op de een of andere manier is het woord op een gegeven moment ‘getransplanteerd’ naar de paardekastanje. Het tweede deel, ‘hippocastanum’, maakt het ons gelukkig weer een stuk makkelijker; ‘hippo’ is ‘paard’ en ‘castanum’ is ‘kastanje’. Samen betekent de wetenschappelijke naam dus zoiets als eetbare paardekastanje. In Oost-Europa bestaat nog steeds de gewoonte dat paardekastanjes als veevoer worden gebruikt.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.