Deel 44: Klimmende winde

De klimmende winde (Ipomoea tricolor) heeft wereldwijd ongeveer zestienhonderd familieleden. In Nederland treffen we in het wild als verwanten de haagwinde (Calystegia sepium), de zeewinde (Calystegia soldanella) en de akkerwinde (Convolvulus arvensis) aan. Allemaal zijn ze in het algemeen vaak tot enige meters hoog klimmende planten. Naast windende (vandaar de naam), niet of weinig vertakte stengels, vormen ze uitlopers, die zich sterk vertakken en over de grond kruipen tot ze een stevig genoeg voorwerp tegenkomen. Dan duiken ze de grond in, verdikken, vormen wortels die de scheut de grond intrekken, en zenden weer windende stengels omhoog. Dat kan dus niet anders dan een vervelend onkruid zijn, zo zult u opmerken, maar als direct familielid van de klimmende winde heeft de zoete aardappel of bataat (Ipomoea batatus) toch een behoorlijk grote economische waarde, zeker voor de Azteken waarvoor hij een belangrijk voedingsmiddel was.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, ‘Ipomoea’, is een combinatiewoord uit het Grieks: ‘ipos’ betekent ‘worm’ en ‘homoios’ betekent ‘lijkend op’. Samen zegt het dus iets over de manier van groeien waar de kronkelende stengels, lijkend op wormen, over de bodem groeien. Het tweede deel, ‘tricolor’, betekent ‘driekleurig’ en verklaart de kleur van de bloemen.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.