Deel 52: Nootmuskaat

Nootmuskaat is een oosterse specerij, afkomstig van de muskaatboom (Myristica fragrans). Het woord nootmuskaat is een verbastering van het Latijnse ‘nux moschatae’, wat ‘naar muskus ruikende noot’ betekent. Vreemd genoeg is de nootmuskaat geen noot, maar een pit van een perzikachtige vrucht. Van de zaadmantel van de pit wordt foelie gemaakt. De muskaatnoot is zeer hard: in de keuken wordt de muskaatnoot daarom alleen in geraspte vorm, de nootmuskaat, gebruikt. Speculaas krijgt zijn unieke smaak door de toegevoegde nootmuskaat.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Myristica’, stamt af van het Griekse woord ‘myron’, dat ‘balsem’ of ‘smeersel’ betekent. Dat Griekse woord kan weer geleend zijn uit het Semitisch en kan daardoor een broertje van het Hebreeuwse woord ‘mor’ (‘mirre’) zijn. Het tweede deel, ‘fragrans’ verwijst naar de heerlijke geur: het is het Latijnse woord voor ‘geurig’ of ‘aromatisch’.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.