Deel 66: Amerikaanse vogelkers

Bospest is de terechte bijnaam van de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) en die bijnaam heeft hij niet zonder reden gekregen. De boom is oorspronkelijk inheems in Noord-Amerika en hij kan daar wel tot dertig meter hoog worden. Hij werd als sierboom in Nederland ingevoerd en begon aan het eind van de 19de eeuw te verwilderen. In de eerste helft van de 20ste eeuw werd hij door ietwat onnadenkende bosbeheerders overal aangeplant als ‘vulhout’ in productiebossen. De nieuwkomer wist die kans goed te gebruiken en groeide al snel uit tot een plaag. Hij wordt nu met alle mogelijke middelen bestreden, maar dat blijkt een hopeloze zaak te zijn.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Prunus’, betekent ‘pruim’ en dat vertelt ons dat ook de Amerikaanse vogelkers tot de uitgebreide familie van voornamelijk eetbare pruimachtigen behoort. Het tweede deel, ‘serotina’, komt via het oud-Franse woord ‘serus’ uit het Latijn en betekent ‘laat’. Het vertelt ons dus dat de plant een late bloeier is. Hij bloeit hier pas in de voorzomer als de inheemse prunussoorten al uitgebloeid zijn.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.