Passiebloem

De passiebloem (Passiflora edulis) heeft oorspronkelijk zijn wortels staan in bergachtige gebieden van Zuid-Amerika. Hij groeit daar vanaf zeeniveau tot de ijle hoogten van wel 2500 meter hoog. In de hoge bergen kan het ’s nachts behoorlijk koud worden en dus kan de passiebloem wel tegen een stootje. In Nederland geldt hij als winterhard.

Het is een houtachtige klimplant, die zich met stengels omhoog probeert te werken op zoek naar zonlicht. De aantrekkelijke bloemen van deze soort zijn gewoonlijk paars van kleur met witte effecten. Het fruit van deze passiebloem is natuurlijk de passievrucht of als sappenfabrikanten het nog mooier willen laten klinken: maracuja. Omdat passievruchtensap zo heerlijk smaakt wordt de passiebloem ondertussen bijna wereldwijd op grote plantages gekweekt.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Passiflora, is een combinatiewoord met een deel Grieks en een deel Latijn: passi komt van het Griekse pathos, dat ‘lijden’ betekent, terwijl het Latijnse woord flora uiteraard ‘bloem’ betekent. De naam passiebloem werd ooit verzonnen omdat men meende dat de corona (‘hart’) van de bloem enige gelijkenis had met de doornenkroon van Christus en de andere delen van de bloem leken dan op de spijkers of de verwondingen. Het tweede deel, edulis, is Latijns en betekent ‘eetbaar’. We herkennen hierin ook nog het hedendaagse Engelse woord edible.

Maar laat je niet in de luren leggen door het feit dat zijn naam eetbaar betekent want het fruit is het enige deel van de passiebloem dat eetbaar blijkt te zijn. De bladeren en de wortels hebben bij de inheemse volkeren al een lange geschiedenis achter zich als medicijn en drug. Van verse of gedroogde bladeren werd een thee gezet en die moest helpen tegen slapeloosheid, rusteloosheid en epileptie. Ook bleek die thee ook bloeddrukverlagend en pijnstillend te werken.

Het blijkt dat de passiebloem boordevol harmala alkaloïden (harman, hermaline, harmine en harmol) zit. Daarvan is bekend dat ze in principe zo’n beetje dezelfde werking hebben als mono-amine oxidase inhibitors (MAOIs). Dat is een moderne klasse van krachtige antidepressiva. Maar in die antidepressiva, die je uit de apotheek kunt halen, zitten natuurlijk perfect afgewogen hoeveelheden van de werkzame stof. In delen van de passiebloem zitten natuurlijk ook allerlei extra stofjes als vervuiling en die hebben vaak een heel wat andere werking. Geen wonder dat Indiaanse medicijnmannen en sjamanen diezelfde plant gebruikten om via hallucinaties in contact te komen met hun goden, die in een andere wereld huisden.

Ondertussen is wel gebleken dat het drinken van passievruchtensap de nadelige gevolgen van astma kan verminderen. Een kleine studie liet zien dat het sap de kortademigheid, de benauwdheid en het hijgen met wel 75% kon verminderen.

[Fred de Vries]

Geen opmerkingen: