Paternosterboontje

Soms moeten mensen tegen zichzelf in bescherming worden genomen. Dat is zeker het geval met het paternosterboontje (Abrus precatorius). De plant is ook wel bekend als weesboontje en dat moet eigenlijk wel genoeg zeggen. Het paternosterboontje is inheems in Indonesië, maar is in veel (sub)tropische gebieden ingevoerd en hij is daar een ‘pest’ geworden. In de tropen, zo is op veel internetpagina’s te lezen, worden er van die leuke kleurige boontjes kettingen van geregen en die worden als gelukssymbool aan onwetende toeristen verkocht. Je geluk is direct voorbij als je in aanraking komt met het potente gif van het paternosterboontje.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Abrus, is van Griekse herkomst en betekent ‘zacht’ of ‘delicaat’ en beschrijft de extreme zachtheid van de bladeren van het geslacht. Het tweede deel, precatorius, is gerelateerd aan het Latijnse woord precatus dat ‘bidden’ of ‘smeken’ betekent. Dit verwijst naar het oude gebruik om de boontjes als rozenkrans te gebruiken. De Nederlandse naam ‘paternoster’ (‘onze vader’) is een ander woord voor ‘rozenkrans’.

Het paternosterboontje is als plant een klimplant, die de steun van bomen nodig heeft om zich op te werken. De vele tere bladeren zijn gevoelig voor licht en zullen ’s nachts gaan hangen.

Het gif zit opgehoopt in de harde en waterdichte boontjes en die omstandigheid kan je leven redden mocht je een boontje binnenkrijgen. Ze zijn namelijk zo hard dat ze je maag- en darmstelsel kunnen passeren zonder beschadigd te raken. Maar zelfs de kleinste beschadiging, waardoor de kleinste hoeveelheid gif kan ontsnappen, kan al dodelijk zijn. Het gif wordt abrine genoemd en is een supergiftig broertje van het toch al dodelijke ricine van de wonderboon.

Die giftigheid is het gevolg van het feit dat het de ribosomen in je lichaam aantast. Ribosomen zijn eiwitten, die noodzakelijk zijn bij de opbouw van meer complexere eiwitten.

Zelfs inname van de kleinste hoeveelheid van de abrine levert al problemen op: na één tot drie dagen van schijnbare rust krijg je last van misselijkheid, overgeven, maag- en darmkrampen, diarree, uitdrogingsverschijnselen. Daarna volgen pas de echt ernstige symptomen zoals het uitvallen van diverse organen, zoals lever, nieren, longen en hart. Daarna ben je dus dood.

Een goede test om de giftigheid te beschrijven is de LD50-test waarbij gekeken wordt hoeveel van het gif nodig is om de helft van de gebruikte proefdieren (lees: muizen) te doden. Bij het toch al dodelijke ricine is dat 3 microgram per kilo lichaamsgewicht. Da’s dus maar heel weinig. Abrine is zo giftig dat er maar 0,04 microgram nodig is om hetzelfde resultaat te bereiken.

[Fred de Vries]

Geen opmerkingen: