Deel 23: Ficus

De ficus (Ficus benjamina) is een bekende kamerplant met donkergroene op een puntje eindigende bladeren. Hij werd zo’n honderd jaar geleden geïntroduceerd in de huiskamers in het Verre Oosten. Daarna maakte hij een langzame reis richting onze kuststreken. Tegenwoordig wordt hij ook veel in aquaculturen in kantoorgebouwen aangetroffen. Geschat wordt dat van iedere tien verkochte kamerplanten er eentje een ficus is.

De ficus is een direct familielid van de vijg. In zijn oorspronkelijke habitat levert de plant ook een op een vijg gelijkende vrucht. Dat hij hier geen vrucht draagt heeft te maken dat bij iedere vijgachtige ook een unieke wesp hoort, die voor bevruchting zorgt. Die wesp komt hier niet voor. Vandaar.

De het eerste deel van de wetenschappelijke naam van de ficus, ‘Ficus’ betekent in het Latijn gewoon ‘vijg’. Over de betekenis van het tweede deel van zijn naam, ‘benjamina’ bestaat wat onduidelijkheid. Vermoed wordt dat het verwijst naar het feit dat de plant een bron is van benzoïne (een soort hars) en dat werd in de oudheid uit de ficus gewonnen.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.

Geen opmerkingen: