De buxus (Buxus sempervirens) is een wintergroene struik of klein boompje uit de buxusfamilie (Buxaceae). Afhankelijk van de soort en snoei kan hij uitgroeien tot 1 tot 5 meter hoog (of hoger als boom), maar hij blijft meestal laag als haag of vormstruik. De kleine bladeren zijn leerachtig, ovaal tot rond, donkergroen en glanzend. Deze soort bloeit met kleine, onopvallende geelgroene bloemetjes. Daarna ontstaan kleine, driezijdige capsulevruchtjes.
De buxus is zeer geschikt voor vormsnoei, iets wat men in de botanische wereld met de Engelstalige term topiary aanduidt. Denk aan bollen, kegels, spiralen, haagjes of figuren.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, buxus, stelt taalwetenschappers voor een raadsel. In het Oudgrieks is púxos (πύξος) met de betekenis van 'buxus' verwant aan het woord 'buxus'. Omdat de buxus wél in Italië groeit, maar niet in Griekenland, denkt men dat er elders een oorsprong gevonden moet worden. Onzin, want wetenschappelijk onderzoek toont namelijk aan dat de buxus wel degelijk in Griekenland groeide, maar daar is uitgestorven[1]. Het tweede deel, sempervirens, is een combinatiewoord uit het Latijn: semper ('altijd') en virēns ('groen').
De buxus ziet er misschien uit als een brave, plooibare soort, maar hij is giftig van wortel tot blad. Niet een beetje giftig, maar écht giftig. Dodelijk giftig zelfs. De plant bevat een cocktail van alkaloïden, waaronder buxine, cyclobuxine D, buxopine en buxanthine.
Je snapt dat de buxus al deze gifstoffen niet heeft ontwikkeld om de mens te doden, maar om te voorkomen dat dieren hem consumeren. Evolutionair gezien werkt dat prima: vraatzuchtige planteneters lopen met een boog om de buxus heen.
Maar de mens is ook deels een planteneter, al trekken sommige mensen dat tot in het extreme door en eten uitsluitend planten. Da's niet altijd heel gezond, zo zegt de wetenschap[2], maar het consumeren van de buxus leidt bij de mens tot een aantal vervelende zaken. Denk aan misselijkheid en braken, diarree, duizeligheid, spiertrillingen, ademhalingsproblemen en in extreme gevallen: hartstilstand en dood.
De buxus zelf werd later, vooral in de middeleeuwen en renaissance, als medicijn geprobeerd. In de middeleeuwen en vroege moderne tijd gebruikten artsen extracten van buxus tegen koorts (waaronder malaria, als surrogaat voor kinine), reuma, jicht, syfilis, epilepsie, hoofdpijn en zelfs lepra. Het hout werd gekookt tot een aftreksel, de bladeren gedroogd en fijngemalen. Dat werkte ongeveer net zo goed als je zou verwachten van een plant die je hart kan stilzetten. De koorts en reuma waren inderdaad weg. Samen met de patiënt.
[1] Di Domenico: Distribution, history and evolution of buxus sempervirens L. and buxus balearica Lam in ArcAdiA Archivio Aperto di Ateneo – 2013
[2] Tong et al: Risks of ischaemic heart disease and stroke in meat eaters, fish eaters, and vegetarians over 18 years of follow-up: results from the prospective EPIC-Oxford study in British Medical Journal – 2019. Zie hier.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten