Deel 26: Sneeuwklokje

Als echte voorjaarsbodes zijn het vaak de sneeuwklokjes (Galanthus nivalis), die als eerste durven bloeien. Hoe teer het plantje ook lijkt, ze doorstaan toch stoer de soms huiverend koude nachtvorst, die het land gedurende de eerste maanden van het jaar nog regelmatig kan teisteren. Het nadeel van die vroege bloei is natuurlijk dat er vaak nog geen bijen zijn, die voor de bestuiving kunnen zorgen. Mede daardoor vormt de plant nauwelijks zaad. Gelukkig ontstaan er wel eenvoudig af te scheuren bijbolletjes.

Sneeuwklokjes zijn oorspronkelijk afkomstig uit zuid-Europa en zijn ooit als stinzenplanten ingevoerd. Het sneeuwklokje behoorde tot de eerste stinzenplanten en ze werden hier al vanaf de late Middeleeuwen gekweekt. Al snel ontsnapten de sneeuwklokjes uit die stinzentuinen en ze voelen zich hier in het Nederlandse klimaat zo thuis dat men ze tegenwoordig eigenlijk wel tot de inheemse flora kan rekenen.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam ‘Galanthus’ is een combinatiewoord van het Griekse woord ‘gala’ van ‘galaktos’ (‘melk’) en ‘antos’ (‘bloem’). Samen verklaart het de kleur van de bloem. Het tweede deel van zijn wetenschappelijke naam ‘Nivalis’ komt van het Latijnse woord voor ‘sneeuw’. Het grappige is dat de bloem wel wit lijkt, maar in feite kleurloos is. Als je een bloemblaadje fijn knijpt blijkt dat deze glashelder is. De oorzaak daarvan is dat de luchtbelletjes dan tussen de bladcellen weggeperst worden. Het is de lucht, die het invallende licht in alle richtingen weerkaatst, waardoor het bloemblaadje als wit wordt waargenomen.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.

Geen opmerkingen: