Deel 31: Bosrank

Lianen verwacht je in de rimboe. In films gebruiken oermensen als Tarzan die lianen om zich, onder het slaken van een strijdkreet, van boom tot boom te slingeren om vervolgens Jane uit handen van schurken of wilde bavianen te redden. Maar ook in Nederland hebben we een echte liaan, de bosrank (Clematis vitalba).

De bosrank heeft houtige stengels, die polsdik en tientallen meters lang kunnen worden. Ze liggen deels op de grond en ze klimmen deels in bomen. Ze hangen dan soms met een boog van de ene boom naar de andere boom of struik. De ietwat naar vanille geurende bloemen zijn klein, roomwit van kleur en dicht behaard. Het stamperhoofdje groeit later in het jaar uit tot een opvallende ‘pruikebol’. Dat is ook de reden dat de plant in Engeland ‘old man’s beard’ genoemd wordt. In Nederland noemen ze hem ook wel duivelsgaren en heggenwurger. Het zijn niet echt positief klinkende namen.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Clematis’ is afkomstig van het Griekse woord ‘klema’ (‘wingerd-tak’) en dat verwijst naar de jonge klimmende uitlopers van een wingerd, die familie is van de wijnstok. Voor de duidelijkheid: het woord ‘wingerd’ is zelf al een verbastering van ‘wijngaard’. Het tweede deel ‘vitalba’ komt van het woord ‘Latijnse woord ‘vitalis’ dat ‘vitaal’ of ‘overlevend’ betekent. Dat duidt op de vervelende neiging van de bosrank om bijna onuitroeibaar te zijn.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.