Aardappel

Hoewel rijst en pasta aan een opmars bezig zijn, is de aardappel (Solanum tuberosum) in Nederland nog steeds volksvoedsel nummer een. Onderzoek heeft uitgewezen dat de eerste wilde aardappel misschien wel meer dan 10.000 jaar geleden is ontstaan op de hellingen van het Andes-gebergte in zuidelijk Peru. Spaanse ontdekkingsreizigers brachten de aardappel omstreeks 1536 over naar hun thuisland, maar het verschrompelde knolletje wist eerst niemand echt te bekoren. Het duurde een hele tijd voordat men begreep dat de knolletjes eetbaar waren.

De tomaat en de paprika zijn weliswaar gezonde broertjes van de aardappel, maar die aardappel heeft ook een duistere kant. Dat blijkt uit het feit dat ze allemaal tot de potentieel dodelijke nachtschadefamilie behoren.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Solanum’, komt van het Latijnse woord ‘solace’ dat via het oud-Franse ‘solas’ afkomstig is van het Latijnse ‘solacium’ wat ‘troost’ betekent. Wij herkennen daarin zelfs nog de Nederlandse term ‘soelaas bieden’. Het heeft te maken met de verdovende eigenschappen van bepaalde soorten van deze plantenfamilie. Het tweede deel, ‘tuberosum’, is Latijn voor ‘knol’.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.