Scherpe boterbloem

De scherpe boterbloem (Ranunculus acris) komt in heel Europa voor, behalve – jazeker, er zijn altijd uitzonderingen op elke regel – in de zuidelijke delen. Ook in Siberië, Oost Azië en het uiterste noordwesten van Noord-Amerika moeten de bewoners het doen zonder deze kosmopoliet. In Nederland behoort de scherpe boterbloem tot de 40 meest voorkomende plantensoorten. Hij is bij uitstek een plant voor graslanden. Door zijn scherpe smaak wordt hij door grazend vee gemeden. Vandaar natuurlijk de naam: scherpe boterbloem.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Ranunculus’, is Latijns voor kleine kikvors (‘rana’ is ‘kikker’). Vermoedelijk heeft dit te maken met het feit dat veel soorten boterbloemen nabij water worden aangetroffen. In het Nederlands kennen we het woord ranonkel. Het tweede deel, ‘acris’, is Latijn en betekent ‘scherpe, bittere (smaak)’. Uiteindelijk is het weer geleend uit het Grieks waar ‘akis’ een ‘scherpe (pijlpunt)’ was, ‘akros’ zoiets betekende als ‘hoogste (berg)top’ en ‘akantha’ een ‘(scherpe) doorn’ was. In het Engels kennen we het woord ‘acrid’ dat via de Normandiërs (vanaf 1066 na Christus) naar Engeland is meeverhuisd en dezelfde betekenis heeft.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.