Gele oleander

De gele oleander (Thevetia peruviana) staat ook bekend als de Peruaanse rinkelboom en komt van nature voor in de tropische gebieden van Midden- en Zuid-Amerika. Maar omdat elders op de wereld ook soortgelijke omstandigheden voorkomen is de plant tegenwoordig wereldwijd in de tropen ingeburgerd. In Nederland wordt hij slechts sporadisch aangeplant omdat hij niet goed tegen de winterkou kan. De gele oleander behoort tot de maagdenpalmfamilie en is geen direct familielid, maar slechts een verwant van de ‘echte’ oleander (Nerium oleander). Het is in zijn normale vorm een groenblijvende struik met gele bloemen, die toch, wanneer alles meezit, wel 10 meter hoog kan worden.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Thevetia’, vernoemt de Franse Franciscaner monnik André Thévet (1502-1592). Behalve monnik was hij ook ontdekkingsreiziger, kaartenmaker en schrijver, die in de 16de eeuw naar Brazilië reisde om het land, zijn inwoners en zijn geschiedenis te beschrijven. Hij ‘ontdekte’ daar de plant, al is ontdekken wel een vreemd woord wanneer hele plaatselijke volksstammen diezelfde plant allang kenden. Het tweede deel, ‘peruviana’, is de Latijnse vorm van ‘uit Peru’. We kunnen daaruit opmaken dat de boom zijn oorspronkelijke groeiplaats in het grensgebied van Brazilië en Peru moet hebben gehad.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.