Dodemansvingers

Ja, de plant met de wonderlijke naam dodemansvingers (Oenanthe crocata) bestaat echt, al is hij in Nederland behoorlijk zeldzaam. Hij is een familielid van enkele van de meest giftige planten van onze flora: de gevlekte scheerling (Conium maculatum), de waterscheerling (Cicuta virosa) en de hondspeterselie (Aethusa cynapium). Het wekt dan ook geen verwondering dat ook in de dodemansvingers behoorlijk potent gif huist. De plant zelf lijkt op selderij met wortels, die het meest weg hebben van een bos witte peen, en hij bewoont het liefst in wat vochtige, moerassige grond.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Oenanthe, is weer eens een combinatiewoord uit het Grieks: oinos is ‘wijn’ en anthos is ‘bloem’. Samen beschrijft het de wijnachtige geur van de plant. Het tweede deel, crocata, komt van het Griekse krokus dat nu ‘krokus’ of ‘saffraan’ betekent, maar vroeger de kleur geel beschreef. We herkennen ook nog in de Arabische vorm kurkum de huidige naam van het gele Indonesische kruid kurkuma (koenjit of geelwortel). De plant scheidt oranjegeel melksap uit wanneer hij beschadigd raakt.

Zoals gezegd is de dodemansvingers extreem giftig en dat komt door de aanwezigheid van oenanthotoxine. Dat gif tast al snel het centrale zenuwstelsel aan, maar heeft wat vreemde symptomen waaraan hij ook zijn Nederlandse naam dodemansvingers te danken heeft. De zenuwen van het gezicht en lichaamsuiteinden worden het eerst aangetast. Dat is bijna hetzelfde opmerkelijke effect dat we ook al bij de gevlekte scheerling (Conium maculatum) hadden aangetroffen. Het gevoel trekt dus het eerste weg uit je vingers, maar ook uit je tong. Dat is de reden dat hij in sommige streken in Engeland nog dead tongue (‘dode tong’) genoemd wordt.

Verdere symptomen van slechts milde vergiftiging met de dodemansvingers zijn: duizeligheid, gevoel van verdoving, verlies van kracht, stuiptrekkingen, delier, spierstijfheid, gevoelloosheid en haaruitval.

Maar zijn beroemdste effect is wel de beroemde sardonische grijns. Medisch gezien is risus sardonicus, zoals ze dat dan noemen, een probleem waarbij spieren in het gezicht verkrampt zijn waardoor het lijkt of de patiënt grijnst. Soms is het ook een symptoom van tetanus of strychninevergiftiging. Maar de wortels van de term ligt op het eiland Sardinië in de Middellandse Zee. Volgens oude verslagen werden daar in de oudheid oudere mensen, die zichzelf niet meer goed konden verzorgen, gedood door ze dodemansvingers te laten opeten. Nadat ze even sardonisch (Sardinisch) hadden gegrijnsd gingen ze dood en waren een respectvolle dood gestorven en werd hun verder geestelijk en lichamelijk aftakelen bespaard. Het was een vroege vorm van euthanasie (‘goede dood’).

Al met al is het geen plant om voor je plezier op te eten.

[Fred de Vries]